Het Parijs van het oosten

Drie bewakers staan voor me. Ze glimlachen vriendelijk en willen de inhoud van mijn tas scannen. Ook willen ze dat ik door een detectiepoort ga, want je weet maar nooit wat al die buitenlanders mee naar binnen nemen. Ik doe wat mij gevraagd wordt. Eenmaal aan de andere kant van de detectiepoort zegt één van de bewakers dat ik mijn tas moet openmaken. De scan was blijkbaar niet voldoende. Ik volg de order op en toon het bewijs dat ik niet van plan ben iemand neer te schieten of de boel op te blazen. Ik draag slechts een digitale camera, een notitieblok, een paar pennen, een flesje water en een bus deodorant met me mee. De bewaker vertrouwt het niet. Hij wijst naar het drinkflesje en vraagt wat erin zit.

Door Ate Hoekstra
“Water”, zeg ik, “om te drinken.”
“Test het”, zegt hij.
Ik neem een flinke slok en aangezien een abnormale reactie uitblijft, mag ik het flesje weer opbergen. De deodorantbus – in mijn tas omdat het weer de laatste weken erg warm en zweterig was – vertrouwt hij ook niet. Hij pakt de bus, leest de tekst die erop staat en vraagt wat dit voor moet stellen.
“Deodorant”, antwoord ik.
Hij kijkt me argwanend aan. Dan besef ik dat deodorant in China minder gangbaar is dan in Nederland. Ik pak de bus terug en doe net of ik het onder mijn oksels spuit. Dat is niet genoeg.
“Test het.”
Ongelooflijk. Verwachten ze serieus dat ik van plan ben een aanslag te plegen met een flesje water en een deodorantbus? En als ik dat al van plan was, zou ik dan werkelijk hier naartoe komen? Natuurlijk, dit gebouw heeft een grote politieke en historische waarde. Maar de waarde is vooral symbolisch; het is niet een plek om politieke gezagsdragers tegen het lijf te lopen.
Even later stijgt er een sterke, lichtzoete geur naar het plafond. Het volgende moment pakt de bewaker de spuitbus uit mijn hand, brengt die naar zijn neus en snuift de geur op. Even verwacht ik dat ik het gebouw word uitgezet en mijn gegevens in een computersysteem worden opgenomen, maar dat valt mee. De bewaker lacht naar me en bedankt me vriendelijk. Ik mag doorlopen.


Terug naar 1921

Al een paar weken ben ik in Shanghai, met ruim twintig miljoen inwoners één van de grootste steden van China. Tevens één van de modernste steden in het verre oosten. Ik ben in het Memorial for the First National Congres of the Communist Party of China, vrij vertaald: de plek waar de communistische partij haar eerste Chinese stappen zette. In het jaar 1921 kwam Mao Zedong hier met een groep gelijkgezinden naartoe om over de toekomst van China te praten. Ontmoetingen die het land in de daaropvolgende decennia blijvend zouden veranderen. Inmiddels liggen die communistische gesprekken alweer vele jaren achter ons en begint China steeds meer kapitalistische trekjes te krijgen, maar op deze plek wordt eer bewezen aan de geschiedenis. Het gebouw verkeert nog in uitstekende staat en valt met haar grijze en rode stenen op in het straatbeeld. In het gebouw, dat nu als museum fungeert, zijn vooral ondertekende documenten en oude foto’s van handenschuddende en lachende mensen te zien. Aardig voor de verstokte historicus, maar voor de gemiddelde toerist toch wat minder interessant. Wel is het bijzonder om een paar minuten in dezelfde ruimte te zijn als waar de communistische partij bijna negentig jaar geleden haar eerste vergadering had. De kamer ziet eruit alsof de hoge heren hier gisteren nog rondom de tafel zaten. Om het gevoel van historie nog wat dikker aan te zetten, zijn er wassen beelden neergezet van de mensen die destijds bij de vergadering aanwezig waren. Iedereen zit rondom een rechthoekige tafel, op één man na: de grote leider zelf. Mao Zedong staat rechtop en heeft duidelijk de aandacht van zijn toehoorders. Omdat zij zitten, moeten ze letterlijk tegen hem op kijken. Zou Mao destijds ook maar enig idee hebben gehad van alles wat vanaf dat moment in China ging gebeuren? Wat als iemand wist hoeveel problemen en ellende de culturele revolutie met zich mee zou brengen? Was dan geprobeerd de verandering tegen te houden? Of was dan alsnog dit traject gevolgd?

Erfenis van de kolonisten
Shanghai mag dan wel bekend staan als één van de modernste steden ter wereld en China zelf promoot deze havenstad graag als het nieuwe financiële centrum, hier, in The French Concession is nog volop ruimte om in het verleden te kijken. Het gebied, dat een flink deel uitmaakt van de binnenstad van Shanghai, heeft zijn naam te danken aan de tijd dat de Fransen hier de baas waren. In het begin van de negentiende eeuw kwam Frankrijk massaal naar Shanghai. De ligging aan zee was perfect voor de kolonisten en de Zuid Europeanen bouwden grote villa’s en prachtige gebouwen, legden een park aan (het huidige Fuxing Park) en om de wijk een extra Frans tintje te geven, werden er honderden platanen langs de wegen geplant. Inmiddels zijn de Fransen al jaren weg, maar die bomen en gebouwen zijn er nog steeds en in vele handboeken staat het al zwart op wit: The French Concession is één van de mooiste gebieden van Shanghai. Vanwege de geweldige architectuur, maar ook vanwege de aanwezige musea, de historische gebouwen zoals het Memorial van de communistische partij en de voormalige woning van Sun Yat-Sen, de vele restaurants en de grote gevarieerdheid aan pubs en clubs. Hier zitten de beste restaurants van de stad, de meest hippe nachtclubs en  de gezelligste kroegen van de stad. Vaak in mooie oude gebouwen, die Shanghai de bijnaam ‘Het Parijs van het Oosten’ hebben opgeleverd en soms in een hypermoderne torenflat. Want zelfs al doet The French Concession oud en historisch aan, de toekomst is hier nooit ver weg. Dat blijkt ook wel als ik na mijn bezoek aan het Memorial een groot warenhuis binnenstap. Het warenhuis is vooral van glas gemaakt, wat het gebouw een haast futuristische uitstraling geeft. Op de gevel staan de namen van winkels en merken. Dure horlogemerken, luxe kledingzaken, winkels met de nieuwste technologische hoogstandjes. Het is het kapitalisme dat Mao ongetwijfeld had vervloekt als hij nog had geleefd, maar dat Shanghai steeds meer in zijn ban begint te krijgen. Ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken en het toilet te bezoeken. Openbare toiletgebouwen in deze stad zijn vaak smerig en onhygiënisch, maar bij een warenhuis van deze luxe hoef ik me daar vast geen zorgen over te maken.
Als ik klaar ben, staat er een man van een jaar of vijftig, misschien zestig bij de wasbakken te wachten. Hij draagt een versleten, lichtbruin uniform en heeft een bruingeel gebit. Nog voor ik iets kan doen, draait hij de kraan voor me open en wijst hij naar de zeepdispenser. Ik houd mijn handen eronder, waarna hij op het knopje drukt en de zeep over mijn handen vloeit. Terwijl ik mijn handen was, pakt hij snel papier om ze te drogen. De man zegt geen woord, maar zijn blik is er één van vriendelijkheid en behulpzaamheid. Ik weet niet precies wat ik met deze situatie moet. Ik bedank hem verschillende keren en denk er zelfs aan hem geld te geven. Maar een fooi geven is hier voor veel mensen een onbekend verschijnsel en het laatste wat ik wil is deze vriendelijke man in verlegenheid brengen. De man knikt verschillende keren met zijn hoofd naar me; het lijkt wel een buiging. Ik knik terug, bedank hem nog eens en loop weg. Een communistisch beginsel als ‘iedereen een baan, iedereen aan het werk’ wordt op deze manier toegepast in een kapitalistische maatschappij. En China komt er mee weg, want de economie blijft groeien en de aantrekkingskracht van ‘Het Parijs van het oosten’ zal alleen nog maar groter en groter worden. Maar zelfs in de snelst veranderende stad ter wereld, zullen sommige dingen niet veranderen. Zo zal The French Concession haar schoonheid voorlopig niet verliezen en zal de baan bij het toilet vermoedelijk nog lange tijd bestaan, al was het maar omdat het ervoor zorgt dat deze eenvoudige man dan ook iets te doen heeft.

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie Reisverhalen

 

1 reactie

  • Enkele jaren geleden was ik in Shanghai en vond het een fasinerende doch erg lawaaierige stad. Maar ik heb genoten van de differsiteit in zowel culinaire dingen als in bvb. mode en kunst. De coloniale invloed is zeer goed te merken en ik ervoer het als een positieve invloed. Iets wat Bangkok (en Thai’en) jammer genoed mist.Prachtige en bijzondere moderne kunst gezien.

    En de jonge Shanghai chinezen zijn op een heel andere manier (als bvb. Thai of Nederlanders) gedreven om iets te gaan maken van hun toekomst. Dat sprak me erg aan.

 
 
 
 

Nieuws