Op veel plekken in Bali hangen bordjes met ” Land te koop” of “Land te huur”. Vaak zijn het prachtige plekken: felgroene sawa’s of wilde tuinen vol bananen- en mangobomen met uitzicht op zee. Ook vind je elk willekeurig lokaal tijdschrift tientallen advertenties van makelaars die land en onroerend goed aanprijzen. En als je op zoek bent naar iets unieks kun je wel iemand vinden die je een afgelegen en bijzonder plekje wijst.
Je hoeft er trouwens niet perse voor naar Bali: de zoekopdracht “Bali property sale” levert op Google al duizenden resultaten op. “Property” op Bali is namelijk booming business. De reden laat zich raden: land kopen op het eiland met de eindeloze stranden en schitterende rijstvelden is betaalbaar. Althans, voor mensen met een beetje geld. En dat zijn er nogal wat.
De groei in property sales heeft alles te maken met de razendsnelle ontwikkeling van de toeristenindustrie. In vergelijking met 10 jaar geleden, vlak voor de gruwelijke bomaanslag, komen er dit jaar bijna twee keer zoveel toeristen naar het eiland: in totaal tweeënhalf miljoen. Het geheel op toerisme gerichte zuiden is inmiddels over-ontwikkeld. De straten staan vol files, er is een afvalprobleem (de stranden van Kuta liggen vaak vol vuil) en mega-projecten slokken de laatste rustige plekken in snel tempo op.
Om die ontwikkeling te remmen, nam de gouverneur van Bali, Made Mangku Pastika, begin dit jaar de beslissing dat in drie van de meest ontwikkelde gebieden (Kuta, Sanur en Ubud) geen hotels meer mogen worden bijgebouwd. Ook worden de groene zones, waar helemaal niet mag worden gebouwd, beschermd. Het lijken goede maatregelen, net zoals de jarenoude regel die bepaalt dat de hoogte van nieuwbouw nooit hoger mag zijn dan een palmboom.
Het gevolg van de beslissing van de gouverneur is echter dat de ontwikkeling verschuift naar andere delen van Bali. Zoals in Canggu, net boven Seminyak of de omgeving buiten Ubud, waar mensen met geld en op zoek naar het authentieke Bali nog een verlaten rijstveld vinden om er een villa op te bouwen. De ironie is dat doordat iedereen een villa wil met uitzicht op de sawa’s, diezelfde sawa’s in grote delen van het eiland snel aan het verdwijnen zijn.
Ook in het rustige noorden van Bali gaat de ontwikkeling snel. Er is een vliegveld gepland die dit deel van het eiland moet “ontsluiten”. In de tussentijd wordt langs de kustweg van Singaraja, langs Lovina naar Seririt steeds meer land aan de landbouw onttrokken. Erfgronden maken plaats voor luxe villa’s, die als melkkoeien fungeren voor buitenlandse eigenaren die het niet veel later weer voor veel geld hopen te verkopen.
Zo wordt steeds meer land in Bali “op de markt gezet”. Een markt waarop het grote geld nu dan niet vanuit Europa rolt, maar steeds meer vanuit Azië. En dan vooral uit de zak van rijke Chinezen, die alvast een voorschot nemen op de economische veranderingen die de wereld te wachten staan.
De impact van het toerisme en de property business op cultuur, natuur en milieu is ondertussen groot en al decennia lang een hot issue op Bali. Er zijn grote zorgen. Diverse grote en kleine actiegroepen en religieuze autoriteiten proberen het eiland te beschermen tegen de vernietigende invloed van het grote kapitaal.
Maar de vraag is of die de ingezette ontwikkelingen kunnen stoppen. Immers, een sawa verkopen of verhuren om er een grote villa op te laten zetten, levert gewoonweg veel meer op dan drie rijstoogsten per jaar. En dat is voor veel landeigenaren onweerstaanbaar. Of daarmee het authentieke Bali snel zal verdwijnen? Voor wat het waard is, ik blijf hopen van niet.











