Het is stil in de evacuatiezone rondom de kerncentrale in Fukushima. Heel erg stil. Geen auto’s, geen werk, geen mensen. Dieren zijn er wel. Door hun baasjes achtergelaten honden, katten, koeien en varkens. Zelfs een struisvogel loopt vrij rond in de straten van Fukushima. Ze lijden een mager en miserabel bestaan, vechtend tegen de hongerdood, getraumatiseerd door eigenaren die niet meer terug kwamen om ze te verzorgen.
CNN maakte een reportage over de achtergelaten dieren van Fukushima. Ruim tien maanden na de aardbeving die Oost-Japan deed opschrikken en het begin van de kernramp waardoor 78.000 mensen in Fukushima hun huis in allerijl moesten verlaten. De meeste evacués gingen er niet vanuit dat ze lang zouden wegblijven. Dus lieten ze de huisdieren en het vee achter. Met voedsel voor een paar dagen zouden de dieren het vast wel redden tot ze terug waren, dachten de voor straling vluchtende Japanners. De realiteit bleek anders te zijn. Tienduizenden Japanners mogen nog steeds niet terug naar huis en veel van de dieren gingen dood of zijn stervende.
Japanse dierenactivisten zijn woedend op de overheid. Ze spreken van ‘schaamteloze omstandigheden’ en drongen er bij de autoriteiten verschillende keren op aan de evacuatiezone in te gaan om de dieren te helpen. In december kregen ze toestemming de zone in te gaan en een aantal te redden. Maar omdat de Japanse overheid behoedzaam wil opereren en de radioactieve straling op veel plaatsen nog te hoog is, blijven veel huisdieren en vee achter in de evacuatiezone, wachtend op hun baasjes waarvan niemand durft te zeggen of en wanneer ze weer terug naar huis mogen gaan.










