In het afgelopen jaar zijn al tientallen duizenden Cambodjanen onder dwang uit hun huizen en van hun land gezet, uit naam van de ontwikkeling en vooruitgang van Cambodja en met toestemming van de regering die er baat bij heeft. De uitzettingen waar de mensen zich tegen verzetten gaan steeds vaker samen gepaard met geweld en willekeurige arrestaties.
Vorige maand nog stond de met gummiknuppel zwaaiende oproerpolitie tegenover een menigte voor de regionale rechtbank in de hoofdstad op de ochtend van 24 mei, waar zich tientallen demonstranten hadden verzameld. Reden. Meer dan 80 inwoners waren verbannen van een stuk grond, van meer dan 90 hectare, rond het Boeung Kak meer, aan de noordzijde van de stad. Ze schreeuwden herhaaldelijk om de vrijlating van 13 voormalige buren die twee dagen eerder werden gearresteerd wegens hun verzet.
De woonwijk, aan een meer, bestond uit armoedige onderkomens dat door het stadsbestuur juist aan de armen van de hoofdstad was gegeven om er een huis te bouwen. Het ligt echter naast een stadsdeel gebied dat de thuisbasis is van de minister-president met zijn kantoren en luxehotels. En dus is het dure grond. Het stadsbestuur wil er daarom commerciële voorzieningen en andere infrastructurele projecten realiseren en het meer dichtgooien. Gevolg: de bewoners werden met geweld hun land en huis uitgezet.
Een van hen, 41-jarige Sen Touch, woonde in een huis gebouwd op palen boven het meer sinds 1979, samen met haar man en hun drie kinderen. De familie van vijf verdiende 450 dollar per maand door het verhuren van kamers. Ze weigerden te verhuizen omdat zij ten minste 20 kilometer verderop een plek kregen aangewezen om te gaan wonen. In november 2010 werd het meer voor het project dichtgegooid en nu leeft de familie in een huurwoning aan de rand van Phnom Penh. Door te werken in de bouw verdienen ze ongeveer 220 dollar per maand.
Na herhaalde protesten van mensenrechtenorganisaties en het besluit van de Wereldbank om nieuwe leningen aan Cambodja te bevriezen, beval president Hun Sen september vorig jaar dat 12 hectare grond van Boeung Kak mocht worden gereserveerd voor residentieel gebruik. Achttien gezinnen die daarbuiten vielen, met inbegrip van de Sen Touch, probeerden tijdelijke huisvesting, op het zand waar hun huizen hadden gestaan, te bouwen. Maar ze werden tegengehouden door de autoriteiten. Dertien bewoners werden gearresteerd en twee dagen later veroordeeld in een ongewoon snelle procedure. De autoriteiten zagen Sen Touch en sommige van de andere bewoners als krakers die geen recht hadden om daar te verblijven.
De regering heeft geen systeem om ingezetenen te compenseren voor gedwongen uitzettingen. Door de burgeroorlog van twee decennia en het Rode Khmer regime moet het land weer helemaal opnieuw opgebouwd worden, en moeten er constitutionele hervormingen doorgevoerd worden. Dat gaat echter heel erg traag, waardoor veel mensen in het ongewisse zijn over hun rechten.
Volgens ADHOC, een plaatselijke NGO die opkomt voor de mensenrechten in Cambodja, zijn er ongeveer 60.000 mensen met geweld van hun land en uit hun huis verwijderd dit jaar, waarvan de helft van hen in Phnom Penh. Daarbij zijn doden gevallen tijdens gevechten met bedrijven, die ontwikkelingsrechten kregen, en veiligheidstroepen. Een 14-jarige meisje overleed op 15 mei in Kratie nadat soldaten kogels afvuurden op een menigte. Op 26 april werd een activist neergeschoten en gedood in Koh Kong provincie.
Volgens de Cambodjaanse League voor de Bevordering en Verdediging van Mensenrechten (LICADHO), een NGO, heeft de regering meer dan 3,9 miljoen hectare aan ontwikkelingsrechten verleend aan bedrijven, goed voor 22 procent van de hele oppervlakte van het land. De rechten zijn verleend aan ontwikkelingsprojecten, inclusief mijnen, rubberplantages, industrieterreinen en commerciële voorzieningen. Sommige werden toegekend aan Chinese en Vietnamese bedrijven.
Veel van deze bedrijven hebben nauwe banden met de regerende partij of zijn in handen van belangrijke regeringsleiders. Een senator van de regerende partij kreeg zo 99 jaar recht voor de ontwikkeling op een stuk land op het het Boeung Kak-meer. “De wortel van het probleem ligt bij de autocratische regering van Hun Sen,” aldus de NGO’s.















Geen reacties
Reageren uitgeschakeld.