Mijn BabaJi is overleden. Ik zeg mijn BabaJi, omdat alle heilige mannen Baba genoemd worden. Het Ji staat voor een extra beleefde toevoeging aan een naam. Maar twee weken geleden is geheel onverwachts mijn BabaJi overleden.
Het ging al een tijdje niet goed met hem. Moeilijkheden met ademhalen. Maar als ik voorstelde om naar een dokter te gaan, of een pufje te kopen, waar hij normaal veel baad bij had, lachte hij mijn voorstellen weg. Zoals op alle voorstellen die ik deed. Zo moest hij op zijn loopje naar huis wel vijf keer stoppen om op adem te komen. En elke keer als ik langs liep, hem mijn arm aanbood, giechelde hij en bleef hij zitten waar hij zat. Op de richel voor een winkel, bij de krantenverkoper, op de richel waar wat jongeren vroeg in de ochtend naast hem zaten. Het enige wat hij dagelijks toestond is dat ik zijn tas al naar huis bracht. En elke keer de zin: ‘Heeft nu nog geld nodig, BabaJi?’ , ‘nee, er zitten diamanten en 50 kilogram goud in mijn tas.’ Elke dag.
Zo bestond veel van onze conversatie sowieso uit herhalingen van grapjes of zaken die wij deelden.
‘Is Bea er ook?’ Was een van onze vaste vragen als ik hem weer sinds lange tijd had gezien. Doelend op een buitenlandse vrouw die een affaire had met een priester, bij hem in huis woonde maar nooit op straat kwam. Vanaf haar balkon (of moet ik zeggen: bordes) sloeg ze ons gade en zo kwam ze aan onze bijnaam. Maar Bea kwam al een aantal jaar niet meer.
Ik heb hem gefotografeerd. Mijn BabaJI. Hoe hij door de straat liep op weg naar zijn vaste plek aan het water.
‘Maar geloof je dat hij heilig is?’, vragen veel mensen als ik over hem vertel. Het antwoord is moeilijk te geven. Hij was allereerst een vriend die mij raad en advies gaf. Waar ik mee kon lachen en die soms heel vermoeiend was, omdat hij alle belangrijke zaken herhaalde. Alsof je hem de eerste keer niet gehoord had. Of omdat hij zeker wilde weten dat je het belangrijke wat hij zei ook daadwerkelijk kon onthouden.
Nu is hij vertrokken, op de boot de Ganges op. Omdat heilige mannen al verlost zijn van de eeuwige cyclus van leven en dood, worden ze niet ge
cremeerd. Ik kreeg de foto’s van de laatste rituelen via de mail toegestuurd. Ook zijn de laatste handelingen verricht; eten aan 750 mensen uitgedeeld.
En nu is zijn kamer leeg in het guesthouse. Kijk ik naar de foto’s die ik van hem maakte de afgelopen jaren. Hoe hij de constante factor in Varanasi was. Hij was altijd daar aan de Ghat. Elke dag. Hij was altijd hetzelfde en leek niet ouder of jonger te worden. Hij was mijn BabaJi, mijn vriend.
















at 12:27
Gecondoleerd!