China vecht tegen verwoestijning

Door Bas Ruitenburg

Een van de grootste problemen waar China zich tegen moet wapenen is de vergaande verwoestijning van het land. Inmiddels bestaat een derde van heel China al uit zand en daar komt elk jaar een provincie zo groot als Zuid-Holland bij. Daarnaast rukt de Gobiwoestijn steeds verder op richting de hoofdstad Beijing en dit zorgt voor miljoenen vluchtelingen. China moet in de tegenaanval.

“Desertificatie is een van de meest serieuze bedreigingen voor de mensheid.” Dit zei oud-secretaris-generaal van de NAVO Kofi Annan in 2006 bij de World Day to Combat Desertification. Deels is dit probleem al zichtbaar in Afrika waar de Sahara oprukt en uiteindelijk ook een bedreiging gaat vormen voor landen als Spanje en Portugal. Maar als er een land is waar dit probleem in zeer grote mate aan de orde is, dan is het China.

Met ruim 1,3 miljard inwoners heeft China te maken met een groot, maar ook complex probleem. Verwoestijning of desertificatie is een proces waarbij, als een gevolg van droogte, ontbossing en verwaarlozing, vruchtbaar land woestijn wordt. Door onzorgvuldige planning van stadsuitbreidingen, overbegrazing en onverantwoordelijke irrigatieprojecten zijn duizenden vierkante kilometers ten prooi gevallen aan bodemerosie waardoor de kostbare toplaag gemakkelijk door de wind wordt weggeblazen.

Aan de gewone Chinees gaat dit zeker niet voorbij. Volgens de Chinese Academy of Sciences is het aantal zandstormen in de afgelopen vijftig jaar in China verzesvoudigd. Steeds vaker wordt Beijing in het voorjaar geteisterd door een dergelijke storm, waarbij de harde wind uit de Gobiwoestijn zorgt voor een waas van zand, bouwstof, uitlaatgassen en de damp van kolencentrales. In 2010 werd heel Beijing bedekt door oranje stof, waarbij het Chinese nationale weerbureau de luchtkwaliteit als ‘zeer slecht voor de gezondheid’ moest bestempelen.

Green Wall
De Chinezen lijken over het algemeen niet erg bang te zijn voor de groei van de woestijnen en het vele zand dat op hun af komt. De Chinese overheid heeft hier tientallen jaren veel te weinig tegen gedaan, zegt professor Li Jingwen van de Beijing Forestry University. “Pas rond de jaren zeventig begon de overheid zich echt te bekommeren om het milieu en de problemen van de desertificatie, dat is natuurlijk veel te laat. Men is toen begonnen met de aanleg van de Green Wall en in de loop der jaren worden er steeds meer projecten op gezet.”

Met de aanleg van de Green Wall of China is men in 1978 begonnen met een van de grootste ecologische projecten ter wereld. Dit plan moet een grote, groene muur opleveren van een uiteindelijk 4.500 kilometer lange strook met miljoenen geplante bomen, met als resultaat dat het aandeel bos in Noord-China van 5 naar 15 procent wordt gebracht. Volgens Li Jingwen gaat dit moeizaam. “In de basis is het natuurlijk een prachtig idee om op deze manier de verwoestijning tegen te gaan. Maar dit is zo’n moeilijk proces, dat ik denk dat de Chinese regering zich hier op heeft verkeken. Het is namelijk niet een kwestie van zo maar even boompjes in de grond zetten.”

Li doelt op het feit dat desertificatie een zeer complex proces is. “Je hebt te maken met winderosie, watererosie, overbegrazing en verzilting van de grond, waardoor planten en bomen kwetsbaar zijn voor ziektes. Daarnaast heb je nog te maken met de droogte, de klimaatveranderingen en de milieuvervuiling. Dat is erg veel om rekening mee te houden.” In 2000 zijn er tijdens het aanleggen van de Green Wall een miljard bomen gestorven door ziekte, waardoor het project bijna twintig jaar werd teruggezet in de plantingstijd.

De State Forestry Administration, de ministeriële tak die verantwoordelijk is voor het planten van deze bossen, wil hier weinig over kwijt. “Er zijn bomen gestorven tijdens dit grote project, dat gebeurt. Verder gaan we erg zorgvuldig om met de grond en het planten. Naast het Green Wall project zijn we nog met tientallen andere projecten bezig om de bossen te vergroten en de verwoestijning tegen te gaan”, meldt een woordvoerder. Zo startten ze twee jaar geleden de ‘vrijwillige boomplant-campagne’, zijn er zes bosprogramma’s gestart om waardevol hout te cultiveren en is er sinds juli 2010 bijna honderd miljoen Chinese Yuan (ruim 12 miljoen euro) opgehaald door bedrijven en particulieren om te investeren in groen.

Dreiging
Ondertussen rukt de Gobiwoestijn, die in het noorden van China en in zuidelijk Mongolië ligt, nog steeds op richting de hoofdstad van China. Nog steeds vluchten mensen weg van de Gobi en er is uitgerekend dat in de afgelopen tweeduizend jaar maar liefst veertig steden zijn verlaten door de verwoestijning in Noordwest-China. In de loop der jaren is ten zuiden van de Gobi ook de Tianmo woestijn onstaan. Deze miniwoestijn, die zich uitstrekt over een lengte van ruim twee kilometer, heeft zich waarschijnlijk gevormd door het meegewaaide zand uit de Gobi. De Tianmo breidde in de jaren negentig elk jaar met enkele tientallen meters uit, maar de laatste jaren gaat de groei minder snel. De overheid heeft meer bomen geplant en zo een groene gordel gecreëerd.

Of de Gobi in de toekomst Beijing zal bereiken, is moeilijk te voorspellen. “Door bepaalde maatregelen en projecten zie je dat de exponentiële groei van de Gobi is teruggelopen. De regering zal echter dit ‘groene denken’ door moeten zetten en zelfs uitbreiden, wil het grote problemen voorkomen”, aldus professor Li Jingwen.

De Chinese Academy of Sciences heeft berekend dat de desertificatie invloed heeft op 400 miljoen Chinezen. Daarnaast is het economische verlies door dit probleem inmiddels geschat op 8 miljard dollar (6,2 miljard euro). Veel Chinezen hebben geen weet van deze cijfers en daar ligt volgens de universiteit ook een belangrijk onderdeel van het probleem. “De overheid moet inderdaad doorzetten in het bestrijden van dit probleem, maar het bewustzijn op het gebied van milieu en de kennis over omgaan met land en water moet bij ‘de gewone mens’ worden vergroot. Anders blijft het dweilen met de kraan open.”

Bewustzijn
Roots & Shoots, een organisatie gespecialiseerd in ecosystemen, probeert dit bewustzijn bij jongeren te vergroten en helpt mee met het planten van bomen. “In onze projecten proberen wij kinderen uit te leggen dat waterrijke gebieden van levensbelang zijn. We leggen uit hoe het ecosysteem werkt en we praten over de kwaliteit van water”, aldus Davinia Goodhart van Roots & Shoots. Vanuit Beijing en Shanghai worden Chinese kinderen op de importantie van omgang met het milieu gewezen. Zo wordt er vanuit het kantoor in Beijing informatie uitgedeeld aan schoolkinderen over het redden van bomen. Vanuit Shanghai wordt er meegeholpen aan het ‘million tree project’, waarbij een miljoen bomen worden geplant om de desertificatie van Binnen-Mongolië te stoppen.

Om de Gobiwoestijn uit de buurt van Beijing te houden en het watertekort tegen te gaan, mag China dus niet verslappen in het gevecht tegen het zand. Er moeten op de juiste manier bomen worden geplant, tegen overbegrazing en ontbossing moet hard worden opgetreden en bij veel Chinezen moet het milieubewustzijn omhoog. Volgens Goodhart is op dat gebied al een goede en grote verandering waar te nemen: “Er is een veel groter besef ontstaan bij de bevolking en vooral bij de kinderen waar wij bij betrokken zijn. Ze zijn geïnteresseerd om het milieu een handje te helpen en de mensen willen ook forse verbeteringen zien.” Nu nog volhouden.

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie China

 

Geen reacties

Reageren uitgeschakeld.

 
 
 
 

Nieuws