In het spoor van de Vietcong

helicopterthailandIn Phan Thiet, Vietnam, had het verleden me ingehaald. Vanaf het terras keek ik uit over de baai met daarachter een groene heuvelrug. Bevangen door de beelden en verhalen die ik de afgelopen week had gezien en beleefd, leek het of elk moment een Amerikaanse legerhelikopter over de heuvelrand kon duiken om een verwoestende aanval in te zetten. Het enige dat nog ontbrak was het Adagio For Strings van Samuel Barber; de achtergrondmuziek uit Platoon.

Door Riny Boeijen

Begonnen bij het Cu Chi tunnelcomplex was ik, in gezelschap van mijn gids Zinh, het opgedroogde bloedspoor gevolgd tot het War Remnants Museum in Saigon, het huidige Ho Chi Minh City. Zinh had geschiedenis gestudeerd en was zo’n typische stofzuigerverkoper van het merk Hanoi. Boordevol historische kennis en geraffineerd als het ging om de prestaties van de nazaten van oom Ho. Toch stoorde het me niet. Zinh was ook charmant en behulpzaam. En na al die westerse boeken en films was ik graag bereid zijn versie over de Vietnamoorlog te horen.

VietnamtunnelcomplexHanoiIn Cu Chi maakte ik kennis met een stukje van het ondergrondse tunnelnetwerk dat ooit 265 kilometer lang was. Begeleid door twee militairen liepen we een bos in. Links en rechts oude bomkraters en restanten Amerikaans materieel. Plots stopten we. Een van de mannen veegde wat bladeren van de bodem en er kwam een deksel te voorschijn. Hij trok het deksel op en liet zich in het nauwe gat zakken.

‘Jij,’ wees de andere man naar mij. Ik keek naar Zinh. ‘Geen probleem. Hij komt achter je aan,’ probeerde Zinh me gerust te stellen. Ik liet me zakken en kwam in een ruimte die nauwelijks een vierkante meter groot leek. Via een trapje werd ik naar een nog dieper gelegen gang geleid. Half gebukt en met mijn schouders links en rechts tegen de zijwanden botsend, liep ik in het muffe, vochtige duister achter de militair aan. Het hart klopte in mijn keel, mijn ademhaling zat veel te hoog. Ik kreeg geen lucht. Even stoppen. Naar je buik ademen. Rustig blijven. Er kan niets gebeuren. De gang kwam uit op een grote ruimte. ‘De keuken,’ legde mijn begeleider uit. ‘We hadden ook slaapkamers en een ruimte waar de gewonden werden behandeld.’ Ik was bereid alles te geloven, maar wilde naar buiten. Lucht. Zinh stond met een brede glimlach op me te wachten. ‘En?’ ‘Adembenemend,’ zei ik.

‘Zij hadden bommen en napalm. Oom Ho had onze tunnels. Kom, dan gaan we naar onze wapens kijken.‘ Verderop in het bos kreeg ik valkuilen te zien met VietnamTunnelcomplex2een bodem van bamboe punten. Hoe bij het openen van een deur een plank met ijzeren pinnen naar beneden kwam. Mocht je de plank tegenhouden met je geweer, dan kwam een extra plank te voorschijn die je onderbuik met scherpe pinnen doorboorde. ‘Zij hadden granaten en vlammenwerpers. Oom Ho had slechts hout, spijkers en bamboe.’

In het War Remnants Museum ging het bloedspoor verder. Voor het museum stonden buitgemaakte gevechtstoestellen, tanks en een helikopter. In het gebouw twee verdiepingen met foto’s, de een nog gruwelijker dan de ander. Het bloedbad bij My Lai waar 500 mannen, vrouwen en kinderen werden afgeslacht. De napalmslachtoffers, een moeder die met haar vier jonge kinderen zwemmend een rivier probeert over te steken. De ‘tijgerkooien’ op het eiland Con Dao waar de Vietcong werd gemarteld. De verschrikkingen van Agent Orange, het ontbladeringsmiddel waarmee de Amerikanen probeerden de Vietcong zichtbaar te maken. Het middel was zo giftig dat er nog steeds gehandicapte kinderen worden geboren. ‘De Amerikanen hebben alles gedaan om ons verzet te breken. Maar oom Ho heeft laten zien, dat CambodjaBombardementenB-52wij Vietnamezen buigzaam zijn. Buigzaam als bamboe.’

‘s Avonds hebben we de verschrikkingen van de oorlog afgedronken met een lading Saigon Beer; een van de war remnants die haar naam van oom Ho wel mocht behouden. De duisternis stond op het punt in te vallen. Nog steeds zat ik in gedachten verzonken. Te wachten op de helikopter die over de heuvel zou neerdalen.

Uit: Vakantieblues (uitgegeven bij U2pi BV / isbn: 978-90-8759-195-3)

www.rinyboeijen.nl

 

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie Reisverhalen

 

2 reacties

  • Peter

    Op het eiland Phu Quoc (westkust) kan je ook een gevangenis bezoeken waar je ‘tijgerkooien’ziet.
    ik was daar afgelopen maart met een Vietnamees die toen gevlucht was en voor de 1e keer terug was. Toen hij die gevangenis zag waar dus werd verteld ‘hoe de vietcong gemartel’ werd’, ontstak hij in razernij en wilde als een lichtflits daar weer weg. Hij was ‘really pissed off’ over het door de regering vertelde verhaal en vond het je reinste leugens. (alsof alleen de vietcong gemarteld werd bedoelde hij te zeggen)
    Indien gewenst heb ik wel foto’s van dat complex. Email bij redactie bekend.

  • Peter

    Phan Tiet is trouwens een mooie omgeving. Heel luxe resorts zijn er te vinden, maar ook authenticiteit. Als je daar bent ga zeker ook naar Mui nè. Mooie zandduinen met bloedheet zand. Soms wit, soms baksteen rood.
    Leuk om vanaf te roetsjen op een zeiltje, of doorheen te crossen op een quad.
    In mui ne kan je ook een soort ravijn bezoeken met een heel ondiep kabbelend beekje. Aan het einde ervan leven krokodillen is me verteld, maar de gidsen brengen je niet zo dichtbij dat je ze kunt zien ivm gevaar. Hoge baksteenrode kleiën wanden, erg mooi. Ook een vissauzenfabriek is te bezoeken (wel neusdopjes in :-).
    Wij hebben gewoon aan de straat een gids geregeld met een Jeepje. Was iets illegaals, dus als er politie in beeld was moesten we ff wegduiken.

    Het dichter bij Ho Chi Minh gelegen Vung Tau is minder interessant, ondanks dat het in best veel gidsen genoemd wordt: Veel industrie en heel erg veel Russen. Zeker overslaan.

 
 
 
 

Nieuws