De tolk van Java: Belangrijk, meeslepend maar te lijvig

Alfred Birney9789044536447_cvr
Uitgeverij De Geus
544 pagina’s
€ 22,50
ISBN: 9789044536447

Vechten voor Koningin en Vaderland. Het klinkt stoer en heldhaftig, maar wat betekenen die woorden als het zware offer dat je hiervoor moeten brengen ook je nazaten nog gijzelt.

Een met zijn identiteit worstelende Arend Noland (zoon van halfbloed Indische vader en Chinese moeder) brengt het gruwel van de dekolonisatie-oorlog in Nederlands-Indië naar Nederland, het mythische land dat hij tot dan toe alleen uit de boeken kent, met overtuiging voor vecht en naar verlangt. Het land waar men ‘bruintjes gewoon accepteert als gelijken’ (zo hoort hij van zijn Hollandse strijdmakkers) en waar men respect heeft en dankbaar is voor het heldhaftige verzet tegen de Jap en de inlandse Ploppers van Soekarno.

Het loopt natuurlijk heel anders. Nederland likt zijn wonden, want het heeft zelf geleden onder de Duitse bezetting en ‘zo’n zwarte’ was nog een vreemde onwelkome verschijning. Als in de jaren zestig dan ook de Excessennota verschijnt, verwordt de oorlog om de Nederlandse belangen in De Oost veilig te stellen tot een Vietnamtrauma avant la lettre.

Deze eens zo charmante Arend Noland ontpopt zich tot een bittere man die zijn vrouw meer dan eens in elkaar beukt en ook zijn kinderen tot bloedens toe tot moes slaat. Ze zijn als de dood voor hem en bibberen letterlijk in zijn aanwezigheid. Alleen als hij zich opsluit in de slaapkamer om driftig zijn memoires van de oorlog op te typen, kunnen ze rustig ademhalen. Door zijn kroost wordt hij afstandelijk De Arend genoemd, waaronder de verteller. De Arend heeft te veel gruweldaden gezien en verricht dat hij mensen als dingen is gaan zien, zo lijkt het.

Geen tiran
Toch is De Arend geen tiran, je ontwikkelt als lezer een zekere sympathie, medelijden met deze gekwelde ziel. In zijn jeugd moet hij trippelen op de raciale scheidslijnen van het koloniale Indonesië. Blanken aan top, de Indo-Europeanen ver daaronder en de inlanders weer mijlenver daaronder. Zelfs onder de Indo’s is er een rangorde. Lelieblank is beter dan poepbruin. Arend is bruin, de verteller merkt op dat hij geen verschil ziet tussen zijn vader en Soekarno, maar mag zich tot de Europeanen rekenen vanwege het polderbloed van zijn vader. In zijn puberteit begint de bersiap, het machtsvacuüm na de terugtrekking van de Japanners, en de eufemistisch genoemde ‘Politionele Acties.’ Wie daar actief aan deelneemt loopt natuurlijk psychische schade op.

molukker-komen-aan-in-nl-recht

De opmerking van zijn zoon is illustratief voor hoe de Belanda’s hem zien als hij eenmaal voet zet in Holland. Hij is een ‘Indischman’ en geen Nederlander. “Inderdaad, de grootste Indo-community vind je tegenwoordig in Los Angelos. Indo’s worden er voor Mexicaantjes aangezien, dus laten ze hun snor staan, spreken Spaans en lenen op die manier makkelijker een identiteit dan hier in Holland.” Het bungelen tussen identiteit, het leitmotiv in de Indische Letteren, vermengd met de oorlogstrauma’s maken zijn daden verfoeilijk, maar niet onbegrepen.

Later uit de mond van de verteller: “Want dát, vlúchten, wég van jou, dat wilde ik al voordat ik kon kruipen, hondsvod die je bent.” Samen met het eerste citaat de kern van het boek.

Worsteling
Ik heb op meerdere fronten geworsteld met het boek. Birney censureert (gelukkig) niet en beschrijft afstandelijk de vele gruweldaden, zowel tijdens de oorlog als in de Hollandse huiskamer. Soms legde ik het boek weg, want vooral in het manuscript van De Arend, dat de rode draad in het boek vormt, lees je pagina na pagina over afgehakte hoofden en edele delen, opgestapelde lijken en martelingen. Zoveel zelfs dat je als lezer gaat twijfelen of dit allemaal wel mogelijk is. De verteller laat zelf weten niet te twijfelen over het waarheidsgehalte, maar De Arend zou “hier en daar zijn verhaal met extra sambal hebben aangedikt.”

Het was ook een worsteling met de lijvigheid van het boek. Het is erg veel materie om te behappen. De traumatische vader, de gekwelde zoon, de ont- en afwikkelingen rondom de dekolonisatie van Indonesië, de liefdesverhalen… Het is ontegenzeggelijk waar dat Alfred Birney met een niet te negeren overtuiging en openheid zijn levensverhaal (en dat van zijn vader) in romanvorm heeft gegoten, maar het was beter geweest als de schrijver had geschrapt. Birney herhaalt hier en daar. Ook de persoonlijke notities van de zoon tussen de regels van Arends manuscript (laat die man toch het woord voeren, we weten heus wel dat je hem haat!) had achterwege gelaten kunnen worden en het slot zeurt te ver door.

Desondanks is De Tolk van Java een belangrijk boek en een vernieuwende aanwinst in de Indische Letteren (of postkoloniale literatuur moeten we nu zeggen). Birney’s taal is gepast, blinkt niet uit in schoonheid. Het is afstandelijk waar nodig en de komische tussenstations tussen al het geweld zijn een welkome aanvulling op al dat drama. De schrijver speelt ook met verschillende vormen. Zo opent het boek met een open brief aan de vader (het monster wordt direct aangesproken), net op het moment dat je als lezer denkt dat je hier genoeg van hebt, verandert de stijl in een bildungsroman en als het te zoetsappig wordt krijgen we het staccato relaas van de soldaat te lezen. Wat mij betreft moet De tolk van Java op de Leeslijst verschijnen, al is het alleen om de historische waarde.

André van Bel

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie André van Bel

 

Geen reacties

Reageren uitgeschakeld.

 
 
 

En dan nog dit

 
 

Recent Comments

  • Ruud: Het zal ook een klap zijn voor de arme mensen die er een ink…
     
  • Peter: Beetje geGoogled en kwam erachter dat de kreet 'Mau NA5 Viet…
     
  • Peter: let op: de ambassade is nog niet zo lang geleden verhuisd! …
     
  • Edward: Haha, erg goed Bert, herkenbaar! Die donkere ruimte op de bo…
     
  • R: Ziet er mooi uit!…
     
 
 
 
 
 
 
 

De Tijger op Twitter