Afdingen in Indonesië

Afdingen in Indonesië is iets wat bij de Indonesische cultuur hoort. Als je het land bezoekt kom je er bijna niet onderuit. Maar hoe weet je nu, als onervaren reiziger, in welke situaties het gepast is om af te dingen (tawar)? Is het überhaupt wel juist om als ‘rijke’ westerling af te gaan dingen op een product dat al belachelijk goedkoop is? Of is het juist onvermijdelijk, omdat ze jou een extra hoge prijs voorschotelen? Ongeschreven regels die ik met de nodige horten en stoten in de praktijk heb moeten achterhalen.

Door Roos Sekewael

Markten, dacht ik, dat is het epicentrum van onderhandelen. Tot ik de overdekte markt Pasar Beringharjo image-2016-05-07in de winkelstraat van Yogyakarta, Jalan Malioboro, bezocht. De ontelbare sieraden, broeken, shirts, portemonnees en zonnebrillen waren allen voorzien van een prijskaartje. Destijds had ik echter nog niet door dat dit een indicatie is dat je niet kan afdingen. Ik zag een portemonnee liggen bij een van de kraampjes, geschikt om mijn stapels rupiahs in op te bergen.

Onderhandelen

Ik raapte wat moed bij elkaar en ging ermee naar de verkoopster. Ik zei een bedrag zo’n zeventig procent van de prijs op het prijskaartje. Maar tot mijn verbazing ging de verkoopster er niet op in. Ik stelde vervolgens een iets hoger bedrag voor, maar toen wees ze naar het prijskaartje. Wat verward omdat Pasar Beringharjo wordt omschreven als een ‘traditionele markt’, wat naar mijn idee gelijk staat aan onderhandelen, betaalde ik toch maar de volle prijs.

Souvenirs

Een paar weken later ging ik opnieuw naar Jalan Malioboro. Dit keer om langs de kraampjes op de trottoirs te slenteren op zoek naar souvenirtjes. Dit keer geen prijskaartjes, maar als je even stopte bij een kraampje snelde de verkoper al naar je toe om je te overtuigen dat zijn artikelen de beste en goedkoopste zijn. Ik had geen idee waar ik moest beginnen. De honderden kraampjes, zeker een kilometer ver, boden allemaal dezelfde spullen aan. Na een tijdje snuffelen kwam een bejaard vrouwtje zonder enige haast mijn richting op lopen; blijkbaar de verkoopster.  Ik hield een zakje sutelhangers omhoog: “Ini berapa?” (hoeveel is dit?). “9000”, zo’n 60 eurocent. Geen geld natuurlijk.

souvenir malioboro2

Afdingen

Dus haalde ik mijn portemonnee tevoorschijn. Maar tot mijn verbazing gebaarde het vrouwtje dat ik moest wachten met betalen. “Boleh tawar” zei ze met een glimlach: je mag afdingen. Ik had nooit verwacht dat verkopers mij zouden aanmoedigen om af te dingen, maar ging er uiteraard met plezier in mee. We opperden wat bedragen over en weer en het vrouwtje had er zichtbaar lol in. Uiteindelijk kreeg ik de sleutelhangers voor zo’n 45 eurocent mee. Een aangename verademing na de wat mindere ervaringen waarbij Indonesiërs je zien als een wandelende portemonnee en je proberen uit te buiten.

Telsysteem

Na een wat langere tijd in Yogyakarta verbleven te hebben had ik geleerd dat het niet ongebruikelijk is om gewoon te vragen “boleh tawar?”. Of als je verwacht dat het mag, gewoon beginnen met afdingen en dan laten ze het wel weten als het niet mogelijk is. Je moet echter wel het Indonesische telsysteem goed onder de knie hebben, want de duizenden en tienduizenden vliegen je om de oren. Zo vergat ik, tijdens mijn eerste weken in het land, een nulletje bij het onderhandelen voor een taxirit, waarna ik een verontwaardigde blik van de bestuurder toegeworpen kreeg. “Dat kan echt niet! Het is een heel eind rijden over een moeilijke weg.” Ik had pas later mijn fout door…

Vraagtekens

Afdingen zit niet in mijn bloed, maar als je langere tijd in Indonesië (of een ander Aziatisch land) verblijft, leer je het vanzelf. Soms zal je vraagtekens zetten als je verteld wordt dat afdingen niet mogelijk is, maar vaak hebben de verkopers er plezier in als een “bulé” (witte buitenlander) met of zonder behendigheid meedoet aan deze Aziatische gewoonte.

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie Columns

 

1 reactie

  • Federico R. Bär

    Als kind heb ik daar vóór de oorlog gewoond – in Ned.Indië dus. Kende natuurlijk de gewoonte van het tawarren, en eleer pas nu dat prijskaartjes daarbuiten vallen. Maar het doel van deze reactie is een leuke anecdote aan te halen van de heer C. van Heekeren, gepubliceerd in Moesson van 15 februari 1995. Wie zich het verhaaltje herinnert, zal het denk ik nogmaals met een brede glimlach willen lezen:

    —Als aspirant-controleur, subsidiair rechter, was mijn eerste zaak: prijsopdrijving.
    Mevrouw Victoria Loembantobing had een doos lucifers verkocht voor 3 cent, terwijl de officiële prijs 2½ cent was!
    Mevrouw V.L. was diep verontwaardigd: de koper kende de adat niet, want iedereen wist toch dat, als een verkoper 3 vraagt, de koper 2 moet bieden, waarna beiden het eens worden op 2½!
    Het toegestroomde publiek bromde instemmend: daar was niets tegen in te brengen. Ik was het met haar eens, maar vrijspreken of seponeren zou een gevaarlijk precedent zijn. Ik veroordeelde haar tot een voorwaardelijke boete van 25 cent, subs. 1 dag hechtenis, met een proeftijd van een week.
    Gelukkig keurde de Officier van Justitie in Padang het vonnis goed, maar in de marge stond bijgeschreven: “Heer v.H., maak het niet al te gek”.—
    Groeten!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 

 

 
 
 
 

En dan nog dit