Verloren paradijs in Hua Hin

Verloren paradijs in Hua HinHet is het jaar 2651 volgens de Thaise kalender wanneer de ziel van Willem Reynaerts op 28 april zijn ziel verlaat en de grens naar een andere wereld oversteekt. En een verloren paradijs achterlaat. Vol verlangen naar een einde van de pijn en eenzaamheid die tot ver voorbij de verre horizon reikt van de Golf Van Thailand. Alleen zijn omhulsel is nog aanwezig in de stadstempel. De uitbater van het Pattani-guesthouse is 60 als zijn tijd gekomen is en de engelen hem meenemen. Iets wat hij niet verwacht had.

Door Bert Vos

Het zijn er niet veel die hem naar de eeuwigheid komen begeleiden. Naast een handjevol Nederlanders, een paar buurtbewoners, personeelsleden, enkele kennissen, een Frans echtpaar dat in het pension logeert en zijn beste vriend John, uit Nederland overgekomen om zijn maat de laatste eer te bewijzen. Ze zitten er ongemakkelijk bij. Op plastic blauwe stoeltjes die on-Thais strak in het gelid staan. De handen gevouwen terwijl zware bromstemmen van zes monniken in oranje gewaden weergalmen tegen het houten puntdak. Enkele tempelhonden lopen snuffelend langs het podium en de grote zwarte kist. Met daarop een grote foto in verzilverde lijst, verzwolgen door massa’s bloemen en papieren witte vogels met lange snavels en stelten van poten. De dienaren van Guatama Boeddha begeleiden met hun monotone gezang Willem naar de hemel, waar hij mag wachten op een volgende reïncarnatie.

Paradijs

John zijn keel snoert dicht, zijn handen trillen, hij snakt naar een glas wijn. Hij denkt aan zijn vlucht uit Amsterdam, de tien flesjes die hij achterelkaar leeg had gedronken en dat hij zijn vriend nog in leven had mogen zien. Voordat deze afscheid nam van het leven. Terwijl de woorden van de monniken stukjes uit de lucht halen denkt hij aan de eenzame doodstrijd waar alleen hij en mister Joe bij mochten zijn. Waarna hij het paradijs moest verlaten. Daarna het vreselijke telefoontje naar moeder Reynaerts, de lange ambtelijke weg in het doolhof van papieren en ambassade om het lichaam vrij te geven en een ziekenhuis dat graag van het lijk af wil. Voor de laatste keer zit hij nu voor de doodskist. De avond ervoor al begonnen de eerste rituelen en gebeden. De kist op het podium is echter leeg. Alleen Willems foto waar hij met grote blauwe ogen de fotograaf aankijkt staat op de houten deksel. Kaarsen werpen schaduwen op zijn blozende gezicht.

Verloren paradijs in Hua HinIn het ziekenhuismortuarium was Willem al aan het ontbinden. Grimmig denkt John aan het onverschillige personeel dat bezuinigde op de koeling. Met een pickup-truck brachten ze het lichaam die ochtend, in een lijkwade op een baar, naar de tempel. Ze hurkten ernaast. Met een doek voor hun mond hielden ze de geur tegen die opsteeg. Geholpen door tempelhulpen tilden ze de baar van de truck, liepen ermee door de lange hal waar helemaal achterin de muil van de oven begerig open stond. Ze schoven zijn vriend erin. Door het zwartgeblakerde stenen omhulsel zal de rouwenden een onwelriekende geur bespaard blijven, bedacht John en voelde zich bijna even opgelucht als de klus bijna geklaard is.

Boeddha

Langzaam vullen de stoelen zich. Vrouwen zijn met grote pannen eten bezig op een lange tafel met warmhoudplaatjes. Een beetje jolig zitten de monniken op een houten verhoging met matjes, neerkijkend op de rouwenden, met elkaar te kletsen. Om exact vier uur beginnen ze dat te doen waar ze voor betaald worden. De overledene bijstaan op de reis die hij gaat afleggen. Routine van alledag in het huis van Boeddha, die dagelijks meerdere crematies onder dak heeft. Tussen de gebeden en preken door dollen, lachen en kletsen ze, frunnikend aan hun katoenen gewaden. Het publiek, dat met de handen gevouwen het ceremonieel volgt, totaal negerend. John is moe, zijn ogen staan troebel en hij wil ze even sluiten. Hoe was het ook alweer allemaal zo gekomen, vraagt hij zich af en probeert diep in zijn geheugen te graven.

Almelo

Willem had hem in ‘hun’ bruine kroeg in Almelo uitgenodigd. Jaren geleden. Hij had hem een tijd niet gezien toen Jack zich ineens Verloren paradijs in Hua Hinmoest settelen. Hij was er lang niet meer geweest. Ook al hadden ze het weer goed gemaakt nadat John zijn vriendin verlaten had. Halverwege hun middelbareschooltijd waren ze er vaak te vinden. Met hun lange haren, een puberaal baardje en tegen alles wat in hun ogen burgerlijk was. En dat was zowat alles en iedereen. De tijd had er sindsdien stil gestaan, leek het. Een donkerhouten vloer die nog steeds kraakte, de zwarte piano op een verhoging waar je alleen kom komen als je twee krakkemikkige treetjes opliep, kleine vierkante tafeltjes met viltjes waar nu de asbak ontbrak, de robuuste toog met maar een merk bier in de tap, varens in rood-plastic potjes die nodig water moesten hebben op schoteltjes in de vensterbank, oude met stof overwoekerende muziekinstrumenten aan de muren waar het behang vergeeld was en aan vernieuwing toe. Zelfs de muziek was de keuze van toen. Jimmy Hendriks, Pink Floyd, Genesis, The Stones en Marillion en om dichter bij huis te blijven Living Bleus, Cuby and the Blizzards en Jan Akkerman. Alsof het nog 1977 was. Dat was het gevoel bij John toen hij de deur die een beetje klemde openstootte. Schaken deden ze veel in die periode, dat hoorde bij hun status als intellectueel vonden ze.

Keerpunt

Met in het bereik een pul bier met een langzaam welzinkende schuimkraag voor een gulden bij de hand, een peuk van John op de asbakrand en een deel van hun concentratie bij zowel het schaken als de voor hen Goddelijke muziek die uit de speakers over hen neerdaalde en hun ziel streelde. Net niet te hard en maar ook weer niet te zacht. Zachtjes wiegend als in de armen van je geliefde, alles was goed als de beide vrienden de toestand van de wereld bespraken en met oplossingen kwamen hoe het volgens hen beter kon. De zetten op het schaakbord werden gezet en het bier vloeide. Alsof het altijd zo zou blijven, die avonden daar in dat bruine café aan het plein. Maar, zoals het gaat in het leven. Diploma op de scholengemeenschap gehaald, de schooltijd voorbij en een ruw ontwaken in het besef dat de reis naar volwassenheid is begonnen. Al vanaf de eerste klas op de basisschool waren ze vrienden. Maar het einde van de jaren zeventig markeerde een keerpunt in hun leven.

Verloren paradijs in Hua HinThis is the End van The Doors vult de ruimte als John de kroeg vol herinneringen binnenstapt. Willem zit al te wachten aan een tafeltje tegen de muur bij het raam. Iets dikker, brilletje op, kort opgeschoren kapsel en geen baardje. Een pul Grolsch staat te schuimen. John herkent hem meteen. Zijn vriend staat op en ze omhelzen elkaar. ‘Lang geleden’, zeggen ze simultaan. John neemt plaats, zoekt oogcontact met de barman en bestelt een witte wijn met ijs. “Je bent wel wat aangekomen de laatste twintig jaar”, grijnst John. “En jij bent nog steeds mager”, antwoord Willem. “Drink jij tegenwoordig witte wijn?”

“Met ijs”, knikt zijn vriend en neemt een gulzige teug. “Hoe gaat met de zaken”, vraagt Willem terwijl hij zijn glas ronddraait zodat het schuim erop blijft staan. Sinds hij op zijn negentiende naar Amsterdam was vertrokken om te gaan studeren en John in zijn geboorteplaats bij zijn vader in de export en import van meubels ging werken zagen ze elkaar niet meer zoveel. Op een paar gezamenlijke backpackvakanties na, waarvan een keer een reis van drie weken van Noord- naar Zuid-Thailand. John neemt weer een slok, de klontjes tikken elkaar weg. Hij wenkt de ober alvast voor een volgend glas. “Goed hoor,” zegt hij. “We verkopen over de hele wereld. Ik reis om de drie weken naar China om het productieproces in onze fabriek te controleren. Ben daar dan twee weken in een hotel. Dat is het voornaamste wat ik doe. Het bevalt me goed. Vrijheid en reizen, die combinatie. En een regelmatige massage”, knipoogt hij. Wish you where here, zingt Pink Floyd. Buiten lopen mensen door de winkelstraat. De lantaarnpalen verraden dat duister gaat invallen. De stilte tussen de twee veertigers is even tastbaar. De gedachten verzonken in datgeen wat ooit eens was toen ze in een vervlogen tijdperk hun idealen bespraken. Een paar klanten drukken de houten voordeur open. Een windvlaag waait met hen mee. De twee kijken even op. Misschien bekende gezichten. Maar daar zijn ze te jong voor. Met veel drukte en joligheid gaan ze zitten en roepen hun bestelling. Dan vestigt Willem zijn aandacht op zijn vriend. “Je moet maar eens langskomen als ik in Thailand woon.” Hij had John al voorbereid via de mail. Hun reis in Azië, voor zijn gevoel alweer eeuwen geleden, had veel indruk op hem gemaakt en zijn onderbewustzijn niet meer losgelaten. Nu de mogelijkheid zich voordeed, hij liep al tegen de vijftig, vond hij het tijd om zijn plan uit te voeren.

Idealen

“Dus je gaat echt,” is Johns retorische reactie. “Jazeker, mijn vriend. Je leeft maar een keer om even een cliché te mogen gebruiken.” “Volgens de boeddhisten niet”, lacht John en stoot tegen het wiebelende tafeltje. Een scheut wijn gutst over de rand. “Dus kan je ook wel een aards leven overslaan.” Willem wuift zijn hand in de lucht. “Dat weet je niet zeker. En ik heb het wel gezien hier. Net zoals die mensen in het TV-programma Ik Vertrek dat zeggen. ‘We willen weg uit dit land’. “Dan heb ik mooi een vakantieadresje. Om ook even een cliché te mogen gebruiken”, besluit John en bestelt een wijn en een glas bier. Terwijl ze hun oren even naar Jimmy Hendriks laten hangen brengt de barman hun drankjes. “Dat waren toch mooie tijden, niet?” Willem knikt beamend. “Goede muziek, nog steeds trouwens, een onbekommerde tijd, geen zorgen en veel idealen en plannen. Niet gedacht dat ik ooit zo’n rigoureus besluit zou nemen.”
“Dan is dit onze laatste keer hier. Proost dan maar”, zegt John en slaat zijn glas zachtjes tegen de bierpul. Sinds hun reis door Thailand toen ze dertig waren hadden ze het contact min of meer verloren. Lange tijd spraken ze elkaar niet. Zoals die dingen gaan. Maar de onzichtbare kosmische lijn zorgde ervoor dat ze altijd als schaduwen met elkaar meeliepen. Internet en daarna facebook brachten daar verandering in. En de gesprekken online kwamen weer los. John over hoe het hem was vergaan in de zaak van zijn vader. Willem over zijn studie Sociologie, zijn werk bij een overheidsinstelling waar hij de balen van had en zijn trips als ontsnapping aan de werkelijkheid naar Thailand. Iets dat hem steeds weer als een verslaving in het vliegtuig deed belanden en waar steeds meer over geroddeld over op de werkvloer. Totdat ze elkaar weer ontmoetten daar in die bruine kroeg waar de tijd stil had gestaan maar zijzelf niet. Een moment dat voor beide vrienden een keerpunt ging markeren op de helft van leven. Wat hen voor altijd zou tekenen. Maar dat weten ze nog niet als ze aan dat wiebelige tafeltje hun wijn en drinken. Willem rekent af voor hen beiden. “Ik heb gereserveerd in een bistro dichtbij. Ik betaal, beste vriend, kunnen we mooi bij het eten herinneringen ophalen”, stelt hij voor. Voor de laatste keer sluiten ze de deur van een afgesloten hoofdstuk.

Herinneringen

John schrikt op als een hond aan zijn schoenen ruikt. Hij ziet zijn herinnering van de klemmende deur die ze dichttrekken vervagen enVerloren paradijs in Hua Hin verdwijnen, ergens in het rood van een horizon. De ceremonie loopt ten einde. Na de laatste gebeden waarin Willem wordt gemaand naar het licht terug te keren worden familieleden en vrienden een voor een naar voren geroepen om met een wai-gebaar voor de kist afscheid te nemen. John buigt diep voor zijn vriend, die Nederland voor altijd verliet om zoals hij zei in het paradijs te gaan wonen. Zijn hersenen ratelen maar door, zijn handen beginnen weer te trillen. Herinneringen in flarden uiteengereten vragen om aandacht. Herinneringen aan de voorbij jaren, afgelopen dagen, beelden van Willems doodstrijd, hun vriendschap in Nederland, hoe ze samen opgroeiden, de vele keren dat hij Pattani bezocht, hoe zijn beste vriend steeds meer en meer wegzakte in het moeras van het Land met de Glimlach. Een hand op zijn schouder haalt hem uit zijn overpeinzingen. Iemand stoot hem zachtjes aan. “We go now, must burn your friend.”

Terwijl de mannen in oranje een toontje hoger zingen, schuiven twee tempelknechten in zwart shirt, zwarte broek en met zwarte schoenen aan de gietijzeren luiken van de oven met een krakende ruk open. Vlammen likken al gretig links en recht aan het witte lijkgewaad. De hitte slaat op het gezicht van de wachtenden. “You first”, fluister een gast met een knikje. John neemt een papieren bloem, bukt zich een beetje en met tranen in de ogen werpt hij de die op het vuur, waar het papier zich meteen kromt en tot as vergaat De geschenken zijn overhandigd aan de monniken, de enveloppe met geld in de hand van de tempel-abt gedrukt en iedereen doet zich tegoed aan kip, rijst en groente. Muziek van de barretjes met hun gezelschapsdames in de nabijgelegen Poolsukstraat, waait John zijn kant op. De Flamingo Bar heeft nu een klant minder, denkt hij en loopt driftig het terrein af. Een tempelhond schrikt en vlucht piepend weg. Bij de tempelpoort slaat hij rechtsaf, hij haast zich langs Arno’s stamcafé en een rij massagesalons, slaat de winkelstraat in die richting strand glijdt en loopt het steegje in naar het guesthouse van zijn vriend dat baadt in spotlights. Een paar backpackers zitten aan de bar te wachten, waar niemand is om hen te bedienen. Zijn aandacht wordt even afgeleid. Een rookpluim uit de schoorsteenpijp van het crematorium cirkelt speels naar boven, dansend tussen de hoge rode puntige daken van het tempelcomplex.

Verloren paradijs in Hua HinFlamingo bar

Heel even wordt het zwart voor zijn ogen. Hij wankelt en leunt tegen de witte ruwe muur van de smalle steeg. Tranen wellen op. Een verpletterende werkelijkheid overvalt hem. Hij rilt, heeft het ineens koud en draait zich om. Het getril in zijn handen wordt heftiger. John draait zich om, loopt de steeg weer uit, houdt een motortaxi aan terwijl een lichte ruis zijn hoofd teistert. ‘Poolsuk,’ roept hij tegen de rode helm die knikt en na vijf minuten zit hij in de Flamingo-bar met een glas witte wijn met ijs. Een meisje in een rood T-shirt en korte jeans vleit zich naast hem neer. Hij maakt een gebaar van okay als ze om een lady-drink bedelt en haar vragen zoals ze geleerd heeft van de mama-san op hem afvuurt. Hij antwoord wat in het eind weg en drinkt het eerste glas in een rap tempo leeg. De eerste slokken laten de trillingen stoppen en na tien glazen wordt de vage mist voor zijn ogen steeds dikker en verwringt alles om hem heem tot een palet van gekleurd licht, brallend geschreeuw, kindergezichtjes met een rozen verschijnen en verdwijnen, aanrakingen, ijs in glas dat rinkelt, wijn die gulzig zijn weg vindt, dorst, veel dorst, mensen die terugpraten, alleen zijn, soms even besef, dan weer alles donker, meer drank. Een glas valt over de rand, meisjeshaar beroert zijn gezicht, hand tussen zijn benen, de blik is vertroebeld, hij wil slapen, hij wil lopen, hij zakt weg, kin slaat op de tafelrand, ineens harde grond, voeten om hem heen, iemand schreeuwt in zijn oor, hij zweeft, er is niets meer, gelukzalig gevoel, gesjor, man kijkt hem recht in de ogen, ‘where you go!, zachte engelenstem antwoord, kotsen in de goot, stemmen in zijn hoofd, zacht wiegend tegen borsten, bescherming, duisternis schuift voor zijn ogen. Hij is weer even vrij.

Met een bonkende wijnkater en een droge mond schrikt John wakker. Een meisje met lang zwart zijdeglans haar kijkt hem met koolzwarte ogen aan vanonder een spierwit laken. Haar vuisten omklemmen de rand. Waar was hij ook alweer geweest?

Share and Enjoy:
  • Print
  • email
  • Google Bookmarks
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
  • eKudos
  • MySpace
  • del.icio.us
 

Nieuwste verhalen in categorie Thailand

 

Geen reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

 

 
 
 
 

Nieuws